Boudewijn Nagthuys is hoofdredacteur van een opinietijdschrift. Op zijn drieënvijftigste verjaardag wordt zijn beste vriend begraven. Tijdens de plechtigheid ontmoet hij een vrouw, een goede kennis van zijn gestorven vriend. Ze is psychiater, en bijna zestig. De twee krijgen een hartstochtelijke relatie. Is zij de vrouw van zijn leven? En zou zij dat geweest zijn als ze beiden twintig jaar jonger waren? Intussen worstelt Nagthuys op zijn werk met een ingewikkelde kwestie. Hij kan een onthulling publiceren die veel stof zal doen opwaaien, maar hij wordt verscheurd door twijfel.
Behalve een roman over moraliteit is Eindelijk de zee een vertelling over passie, over hoe levens die lang en intens zijn geweest zich in elkaar kunnen voegen. Thomas Verbogt stelt in deze roman de schrijnende vraag wat er van liefde en vriendschap overblijft als een groot deel van je leven achter je ligt.
Interview
Lees hier het interview met Thomas over Eindelijk de zee in De Pers.
Fragment uit boek:
Het is de tweede keer in mijn leven dat ik een besneeuwd strand zie. De eerste keer was lang geleden op Terschelling, de winter die ik de laatste winter uit mijn kindertijd noem, bijna veertig jaar geleden. Ik herinner me niet alleen het witte strand, maar ook de stilte die zo ontstellend was. Niet dat ik er bang van werd, nee, het was iets anders waardoor de stilte ontstellend was, iets waar ik pas later achterkwam.