Indringende verhalen over gewone en unieke Amerikaanse levens
Geert van der Kolk woont al jaren in de Verenigde Staten en is bijna Amerikaan onder de Amerikanen geworden. In een sobere, indringende stijl neemt hij de lezer in zijn verhalen mee naar jagers in de bossen van West-Virginia, dakloze zwervers in Miami Beach, professoren in Manhattan en boksers in een zwarte achterbuurt. Voor veel van zijn personages is leven vooral overleven. Zij doen dat in een immens en vrij land met een overweldigende natuur en onbeperkte ruimte voor dromers, vrijbuiters en zonderlingen. Zo dromen de boksers in ‘De lange avond’ van de grote doorbraak, totdat zij tijdens de climax met hun neus op de harde feiten worden gedrukt. Katherine Magruder, uit ‘In de gemeente Claiborne’, leeft met wanhopig optimisme van dag tot dag, en Corwin, uit ‘Is hier iemand die mij kan helpen?’, heeft elke week een ander gegarandeerd plan om er weer bovenop te komen.
De gekken van Tenakee is een verzameling verhalen vol mensen die op zoek zijn naar houvast in een leven dat vaak een andere richting opgaat dan zij zelf willen.
Fragment uit boek:
Er kwamen twee blonde vrouwen binnen. De jongste was de bestuurder van de Cadillac. De andere vrouw was stokoud en had een pruik op. Ze liep langzaam en leunde op de arm van de bestuurder. Ze droeg een grote zonnebril die met bergkristal afgezette vleugels had, een uitheemse tuniek (Samoa? Navajo? India?) en een roze capribroek waar haar enkels als witte papieren rietjes onderuitstaken. […] Ze gingen aan een tafel bij het raam zitten. De oudste keek naar mij. Zo leek het tenminste. Ze had nog steeds de grote zonnebril op. Ze praatte even zachtjes tegen de andere vrouw, die vervolgens opstond en naar de bar kwam.
‘Miss Helen nodigt u uit om aan haar tafeltje te komen zitten,’ zei ze.
‘Het is erg aardig aangeboden,’ zei ik, ‘maar ik weet niet –’
‘U herinnert zich natuurlijk Miss Helens glansrol in Deadly Rendez-vous, de beroemde thriller met Sterling Hayden.’
Het duurde even voor ik besefte dat ze me een briefing gaf en dat de uitnodiging meer op een bevel leek. Ik pakte mijn bier, gleed van mijn kruk en liep met haar mee. Toen ik bij de tafel aan het raam stond, deed de oude vrouw haar zonnebril af en keek mij aan.
‘Wel, wel,’ zei ze. ‘Zo’n aantrekkelijke jongeman had ik niet verwacht.’