NA HET SOLLICITATIEGESPREK
Vandaag komt mijn nieuwe roman uit: Achttien. Vast van plan was ik om een eenvoudige vertelling te schrijven vanuit een oudere docent (Paul Steen) op een Amsterdamse middelbare school die wind tegen krijgt. Hoe? In de vorm van twee leerlingen die lichamelijk geweld niet schuwen Er is ook een (vwo6-)leerlinge die op een andere manier het slachtoffer is van (seksueel) geweld. Zij schrijft in een HEMA-schriftje haar nachtelijke belevenis in het Vondelpark op. Haar relaas geeft ze aan haar mentor, Paul Steen, die niet vrijuit gaat.
Achttien gaat onder veel meer over geweld op school, geestelijk en lichamelijk. Bovendien wil heet boek een paar kritische noten kraken over de kwaliteit van het onderwijs op havo en vwo. Daar heeft half Nederland mee te maken, dus half Nederland zou dit boek moeten lezen…
Hieronder een van die noten die ik kraak. Volgende week staat onderstaande column in De Groene Amsterdammer.
NA HET SOLLICITATIEGESPREK
Door Graa Boomsma
‘Maar Multatuli lezen lijkt mij niet meer van deze tijd.’
Wij, twee docenten Nederlands, zitten in een kantoortje alias papierwinkel. Tegenover zit een sollicitante, een vrouw van in de vijftig. Vroeger heeft ze –dat lazen we in haar haar cv-- lesgegeven, daarna had ze een eigen tekstverwerkingsbedrijfje. Toen het daarmee minder ging, richtte ze haar blik weer op de middelbare school. Ze denkt dat ze haar oude beroep zonder enig probleem weer kan uitoefenen. Zoveel kan er toch niet veranderd zijn? Ik heb haar net een vraag gesteld over de noodzaak of de overbodigheid van literatuur en literatuurgeschiedenis.
Ik zucht om haar suggestieve, modieuze antwoord. Grootspraak, losse flodder. Ze denkt --o, misvatting!-- dat ze ons naar de mond praat. Het zou me niet verbazen als ze Multatuli nog nooit heeft gelezen. Als ik nu opeens zou zeggen dat ze een zoogdier is? Ondenkbaar dat ze opspringt en roept: Woutertje Pieterse!
‘Wat is het laatste boek dat u hebt gelezen?’
Ze denkt lang na en zegt dan dat ze het de laatste maanden heel druk heeft gehad met haar zaak en haar heroriëntatie op de arbeidsmarkt. Uiteindelijk nemen we haar aan als invalster. Wie zit te springen om personeel wordt heel snel weinig kieskeurig, hoewel mijn intuïtie zegt dat we haar moeten afwijzen. Multatuli exit? Dan zij ook.
Onze fout. Was ze maar weggebleven.
Ze ging lesgeven maar gaf ons handenvol extra werk. Niet alleen moesten we haar bijstaan bij het organiseren van groepsdiscussies in havo 4 (chaos in de klas) of bij de beoordeling van een klachtenbrief, ze bleek ook niet in staat tot het afnemen van mondelinge eindexamens literatuur. Niet alleen Multatuli was haar onbekend, de Nederlandse literatuur was, op een handvol gelezen schrijvers na, een onontgonnen terrein voor haar, eerstegrader!-- gebleven. Er zat niets anders op dan de leerlingen van haar klas onder twee andere docenten te verdelen. Nog meer extra werk. Konden slecht functionerende leraren, die een spoor van vernieling achterlaten-- maar op staande voet ontslagen worden. Dat is helaas bijna altijd onmogelijk.
De tweede sollicitante moest ik door miscommunicatie alleen ontvangen en ondervragen. Ik was vastbesloten op mijn eerste indrukken af te gaan en me niets aan te trekken van verbale rookgordijnen of stupide opinies. In een vroeger leven bleek deze vrouw, een veertiger, reisleidster geweest. Nu was ze nog, als tweedegrader, verbonden aan een hotelschool in Rotterdam, maar het competentiegerichte onderwijs bleek niet aan haar besteed. Zo ongeveer omschreef ze haar visie, zonder opsmuk, met zakelijke blik. Een duidelijk geluid, gebaseerd op ervaring. Op mijn vraag of ze de Nederlandse literatuur bijhield, zei ze zonder aarzelen dat ze de recente romans van M. Februari en Tom Lanoye aan het lezen was. Waarna ze een paar zinnige dingen formuleerde over literatuur en politiek. Haar toon bleef zakelijk, zelfs een beetje laconiek, ook toen ze vertelde een eerstegraads opleiding te willen gaan volgen. Ik had haar in gedachten al aangenomen, maar zei dat natuurlijk niet. Het sollicitatiegesprek kent allerlei omslachtige rituelen. Aan het slot kwam een van de conrectoren haastig binnen waaien en stelde een paar routineuze vragen, die ze met een vleugje humor beantwoordde.
Deze Februari- en Lanoye-lezer werkt nog steeds op onze bloembollenstreekschool. Zij is een aanwinst, haar eerstegraads studie verloopt voortvarend, en daarom mag ze in havo 5 en vwo 5 lesgeven. Bovendien is ze zelfkritisch, denkt ze mee en kan ze tegen kritiek.
Bij een derde sollicitatiegesprek kon ik niet aanwezig zijn. Was ik er maar wel bij geweest, dan hadden we ons een hoop ellende kunnen besparen. Deze eerstegraads docente had jarenlang lesgegeven op een Hogeschool. Waarom ze daar weg wilde? Bij een late reconstructie bleek niemand van de sectie Nederlands op het idee te zijn gekomen die voor de hand liggende vraag te stellen.
Deze oudere mevrouw was moeizaam in de omgang, om het eufemistisch uit te drukken. Ze hield niet op te melden, tegen een ieder die het wel of niet wilde horen, dat ze haar doctoraal met vlag en wimpel had gehaald (ruim dertig jaar geleden, waarom praatte ze daar nog over?). In sommige bovenbouwklassen wist ze ook op bloedserieuze toon te melden dat de Apocalyps aanstaande was, in 2012 als ik het goed heb onthouden. Een paar leerlingen schrokken zich wild. Ik heb haar te verstaan gegeven dat ze zich tijdens haar lessen moest beperken tot het vak Nederlands, in de ruimste betekenis van het woord, en geen sectarische onzin moest verkondigen. Ik meende dat ze het begreep. Toch vertrouwde ik het, afgaande op geluiden van leerlingen, niet. Hoe zat het echt met haar kennis, taalkundig en literair? Ach, twee uur bijpraten en ze wist alles over de literatuur. Geen probleem. Een gigantisch probleem, bleek toen ze mondelinge examens Middeleeuwen, Renaissance en moderne literatuur moest afnemen. Ik zat erbij, als toehoorder, en constateerde dat haar vragen oppervlakkig en misleidend waren. Ze wist amper waar ze het over had. Haar belezenheid kende nog grotere hiaten dan ik al dacht. En ik zei het tegen haar.
Mijn bevindingen een negatieve aanbeveling (geen vaste aanstelling) rapporteerde ik aan de rector. Daarna kwam het niet meer goed tussen de Apocalyps-adepte en mij. ‘Stalinist,’siste me soms toe in de sectiekamer (ze had me ‘gegoogled’ en mijn biografietje nagepluisd). Ik vatte het woord op als een geuzennaam. Ondertussen trok ze, als wraak, een spoor van vernieling oor de school met de leerlingen als slachtoffer.
Ik vrees dat dit een representatief verhaal is.
Drie sollicitatiegesprekken, drie verhalen. Wat duidelijk wordt is dat goede docenten Nederlands, in welke graad dan ook, dun gezaaid zijn. Waar blijven ze? Er moet meer gebeuren dan het klaarzetten van een zak met geld (die zak staat er trouwens niet). Straks zijn te veel ervaren docenten met pensioen. En niemand die hen terugvraagt als adviseur of senior teacher. Het middelbaar onderwijs in Nederland heeft geen behoefte aan louter lippendienst uit Den Haag (wij, D66/PvdA/VVD/Groen Links, willen de kwaliteit verbeteren…), zonder uitgewerkt plan om de lerarenopleidingen aantrekkelijker en meer gericht op vakkennis en onderwijspraktijk te maken.