Meesterlijke roman over de klauwen van het noodlot
Calcutta, de anus mundi, eind jaren tachtig van de vorige eeuw. De naamloze verteller van het verhaal, een ex-drugsdealer, nu belegger en adviseur in allerhande malafide praktijken, onderneemt een melodramatische zelfmoordpoging. Hij wordt gered door de dikke taxichauffeur Anindo.
Vanaf dat moment neemt Anindo de regie over het leven van de verteller en reist met hem mee terug naar Europa. Daar beginnen ze samen met Tariq – een liefdesliederen zingende Pakistaan – en Bukje – een licht autistische boekhoudster die kranten leest van een jaar oud – een handel in vliegende tapijten.
Langzaam maar zeker blijkt het wonderlijke gezelschap, inmiddels uitgebreid met de peepshowuitbater Dikke Dinsdag, onderdeel te zijn van een nietsontziende maffiafamilie. Het mysterieuze tapijt ‘Paladijnen in de sneeuw’ is de onheilspellende verzinnebeelding van de alom aanwezige dreiging waaronder alle personages in dit milieu van georganiseerde criminaliteit en moderne horigheid gebukt gaan. Ontsnappen uit deze wereld waarin liefde en geluk een illusie zijn, is onmogelijk. Of toch niet?
Paladijnen in de sneeuw is niet alleen een duister en bizar verhaal over misdaad en geweld, het is bovenal een wervelende roman die met zijn uitbundige, flamboyante stijl de lezer overrompelt en ademloos achterlaat.
Voor meer informatie kijk op http://www.jowillems.web-log.nl
Radio uitzending Desmet live van de rubriek De eerste bladzijde:
Joris Maussen leest de eerste bladzijde voor uit Paladijnen in de sneeuw.
Fragment uit boek:
Ghiselle sliep diep. Haar wimpers trilden heftig alsof er een vlieg op landde. Het beeld van de Chinezen op Chatham Square bracht me mijn laatste bezoek aan Calcutta in herinnering, de dollemansrit met Anindo door Entaly, de trottoirslapers en de bespottelijke discussie over armoede. Toen al wist ik net zo goed als nu, dat wanneer mensen in de stront geboren worden en ze proberen elders een beter leven op te bouwen, dat ze dan vaak alleen maar nog dieper in de stront belanden. Zoals de Chinezen in de New Yorkse Bowery. Je leeft als een marionet en je weet niet eens wie er aan de touwtjes trekt.