Over de val van DSB en andere spraakmakende affaires
Pieter Lakeman gaf in het najaar van 2009 als voorzitter van de Stichting Hypotheekleed de DSB Bank het laatste duwtje. Na zijn oproep aan spaarders om hun geld bij de bank van Dirk Scheringa weg te halen, verdween uiteindelijk 622 miljoen euro uit de kluizen in Wognum.
Portret van de luis in de pels van het Nederlandse bedrijfsleven
Al dertig jaar maakt de voormalige econometrist jacht op malverserende bedrijven. Hij bracht misstanden rond Ogem, HAL en Koninklijke Scholten Honig aan het licht en voerde een verbeten strijd tegen de familie Lubbers. Namens Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI) voerde hij jarenlang jaarrekeningprocedures en hij kruiste de degens met onder meer Ahold, KPN, Fokker/DASA, Schiphol en Slavenburg’s Bank. Hij voerde tal van tuchtklachten tegen accountants, mobiliseerde gedupeerde zuivelboeren bij een miljoenenclaim tegen Coberco, maar keurde ook de brochures van het beleggingsfonds Legio Lease goed.
Zijn tegenstanders, verenigd in Lakemanleed, noemen hem ‘een groot gevaar voor de staat’. Maar er is ook waardering voor zijn werk: ‘Hij hanteert de zaag, waar toezichthouder AFM al jarenlang talmt.’
Journalist Jan Libbenga portretteert in Pieter Lakeman, de terriër deze luis in de pels van het Nederlandse bedrijfsleven. Lakeman sprak uitgebreid met de auteur en stelde voor dit boek zijn complete archief ter beschikking.
Bekijk hier de Facebookpagina van Pieter Lakeman, de terriër.
ACTUELE ONTWIKKELINGEN EN AANVULLINGEN
Lakeman wint zaak tegen Ahold
2 augustus 2010
De rechtbank Amsterdam mag beslissen in de zaak die SOBI en de stichting AHDeloitteClaim tegen Deloitte Nederland hadden aangespannen. Dat heeft de rechtbank bepaald. De rechtbank heeft zich ook bevoegd verklaard in de zaak tegen oud Ahold topman Michiel Meurs. Ook Meurs had betoogd dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was omdat het een Amerikaanse class action betrof. De zaak Deloitte staat beschreven in hoofdstuk 18 van 'Pieter Lakeman, de terriër'
Met dit vonnis heeft de Amsterdamse rechtbank gedeeltelijk een eind gemaakt aan het juridisch Amerikaans imperialisme, zo stelt SOBI. Amerikaanse rechters bepalen in class actions altijd dat hun vonnissen over de hele wereld geldig zijn en dat alle zaken die samenhangen met die Amerikaanse class actions alleen door dezelfde Amerikaanse rechter beslist kunnen worden. Aan dit Amerikaans juridisch imperialisme heeft SOBI nu een eind gemaakt. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard in de zaak tegen Deloitte USA. Daarnaast is bepaald dat hoger beroep mogelijk is voordat verder wordt geprocedeerd over de tegen Deloitte geëiste schadevergoeding van enkele tientallen miljoenen euro's.
De Amsterdamse rechtbank heeft ook overwogen dat alle Nederlandse aandeelhouders bij de Amsterdamse rechtbank schadeclaims tegen Deloitte kunnen indienen, dus ook aandeelhouders die hebben meegedaan met de schikking van Entwistle & Capucci en de VEB met Ahold. Laatstgenoemde aandeelhouders mogen echter geen schadeclaims meer tegen Michiel Meurs of andere oud-bestuurders van Ahold indienen. Andere belanghebbenden (mensen die in 1 juli 1999 - februari 2003 geen aandeelhouder van Ahold waren) kunnen echter wel schadeclaims tegen Michiel Meurs en andere oud-bestuurders van Ahold indienen. Daaronder vallen in de eerste plaats optiehouders. De collectieve actie die tijdens de loop van de procedure tegen Deloitte is gestart is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Deze zal te zijner tijd met een nieuwe dagvaarding opnieuw gestart worden.
Zonder Lakeman voortbestaan DSB mogelijk geweest
29 juni 2010
Zonder de oproep van Pieter Lakeman was DSB Bank niet op dezelfde wijze ten onder gegaan, en was een voortbestaan in enigerlei vorm wellicht mogelijk geweest. Dat zegt de Commissie Scheltema in het onderzoek naar de ondergang van de DSB Bank. Voorzitter Scheltema heeft in een persconferentie gezegd dat onderzocht moet worden of een oproep tot een bankrun strafrechtelijke vervolgd kan worden.
De Commissie is van mening dat de kern van de problematiek bij DSB was gelegen in de eenzijdige en weinig professionele wijze waarop de bank werd geleid en het beleid werd vormgegeven. De positie van Scheringa als directeur-grootaandeelhoud.
Er was zodanig sterk dat van een stelsel van checks and balances geen sprake was. Zijn invalshoek was de commerciële; op bancair gebied miste hij deskundigheid. Het functioneren van de bank was daardoor gericht op het ontplooien van commerciële activiteiten en veel minder op het beheersen van risico‘s en financiële stabiliteit.
Bij het houden van toezicht naderhand is DNB te geduldig geweest en heeft te weinig haar tanden laten zien. Krachtdadiger optreden tegen de onbalans in de leiding en tegen belangenverstrengeling met DSB Beheer was mogelijk en gerechtvaardigd geweest. Het ingrijpen dat DNB uiteindelijk in de zomer van 2009 voorbereidde werd doorkruist door de oproep van Lakeman. Indien deze niet had plaats gevonden, had een faillissement wellicht voorkomen kunnen worden. Maar inmiddels was DSB Bank wel zeer kwetsbaar geworden. In een situatie als deze had het op de weg van de toezichthouder gelegen een dergelijke risicovolle situatie zoveel mogelijk te voorkomen. Pas nadat Lakeman op 1 oktober 2009 tot een bank run heeft opgeroepen, worden serieuze pogingen in het werk gesteld om tot een fundamentele oplossing te komen van de problematiek van overkreditering
De Commissie heeft zich afgevraagd in hoeverre het uitdrukkelijk oproepen tot een bank run afzonderlijk strafbaar zou moeten worden gesteld: 'Zij onderkent dat de formulering van een deugdelijke delictsomschrijving uitermate moeilijk zal zijn. Bovendien kan ook zonder een uitdrukkelijke oproep een boodschap met betrekking tot een bank worden overgebracht die evenzeer desastreuze gevolgen heeft. Een formeel verbod zal aldus in belangrijke mate een symbolisch karakter hebben. Voor de Commissie staat niettemin buiten twijfel dat het oproepen tot een bank run niet toelaatbaar moet worden geacht. Om die reden beveelt zij aan de mogelijkheden van strafbaarstelling nader te onderzoeken.' Meer informatie
Rechtbank: Ex-top CSS hoofdelijk aansprakelijk
mei 2010
De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenvonnis geoordeeld dat drie voormalige bestuurders van het in 2002 gefailleerde beursfonds CSS Holding wegens het publiceren van misleidende halfjaarcijfers 2002 hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die leveranciers hierdoor leden. De zaak komt ter sprake in het hoofdstuk 'Lootjesverkoper' in Pieter Lakeman, de terriër. Lees hier de hele uitspraak.
29 juni 2010
Zonder de oproep van Pieter Lakeman was DSB Bank niet op dezelfde wijze ten onder gegaan, en was een voortbestaan in enigerlei vorm wellicht mogelijk geweest. Dat zegt de Commissie Scheltema in het onderzoek naar de ondergang van de DSB Bank. Voorzitter Scheltema heeft in een persconferentie gezegd dat onderzocht moet worden of een oproep tot een bankrun strafrechtelijke vervolgd kan worden.
De Commissie is van mening dat de kern van de problematiek bij DSB was gelegen in de eenzijdige en weinig professionele wijze waarop de bank werd geleid en het beleid werd vormgegeven. De positie van Scheringa als directeur-grootaandeelhoud.
Er was zodanig sterk dat van een stelsel van checks and balances geen sprake was. Zijn invalshoek was de commerciële; op bancair gebied miste hij deskundigheid. Het functioneren van de bank was daardoor gericht op het ontplooien van commerciële activiteiten en veel minder op het beheersen van risico‘s en financiële stabiliteit.
Bij het houden van toezicht naderhand is DNB te geduldig geweest en heeft te weinig haar tanden laten zien. Krachtdadiger optreden tegen de onbalans in de leiding en tegen belangenverstrengeling met DSB Beheer was mogelijk en gerechtvaardigd geweest. Het ingrijpen dat DNB uiteindelijk in de zomer van 2009 voorbereidde werd doorkruist door de oproep van Lakeman. Indien deze niet had plaats gevonden, had een faillissement wellicht voorkomen kunnen worden. Maar inmiddels was DSB Bank wel zeer kwetsbaar geworden. In een situatie als deze had het op de weg van de toezichthouder gelegen een dergelijke risicovolle situatie zoveel mogelijk te voorkomen. Pas nadat Lakeman op 1 oktober 2009 tot een bank run heeft opgeroepen, worden serieuze pogingen in het werk gesteld om tot een fundamentele oplossing te komen van de problematiek van overkreditering
De Commissie heeft zich afgevraagd in hoeverre het uitdrukkelijk oproepen tot een bank run afzonderlijk strafbaar zou moeten worden gesteld: 'Zij onderkent dat de formulering van een deugdelijke delictsomschrijving uitermate moeilijk zal zijn. Bovendien kan ook zonder een uitdrukkelijke oproep een boodschap met betrekking tot een bank worden overgebracht die evenzeer desastreuze gevolgen heeft. Een formeel verbod zal aldus in belangrijke mate een symbolisch karakter hebben. Voor de Commissie staat niettemin buiten twijfel dat het oproepen tot een bank run niet toelaatbaar moet worden geacht. Om die reden beveelt zij aan de mogelijkheden van strafbaarstelling nader te onderzoeken.' Meer informatie