Genetische doping: een mysterieuze kracht in de sport?
Topsporters kunnen slikken en prikken wat ze willen. Zolang ze de dopingdans weten te ontspringen, worden ze als goden aanbeden in het internationale sportcircus. Maar eenmaal betrapt, zijn pek en veren hun deel. Dan worden ze als criminelen afgevoerd. In de dagen van Ard en Keessie was een vitamine-B-prik in de bil al heel wat. De sporter dacht er werkelijk harder van te gaan schaatsen. Tegenwoordig zijn we in staat om via gentechnologie het atletisch vermogen zo te vergroten dat een 100 meter in minder dan 9 seconden toch binnen bereik komt. En waarom ook niet de linkerarm van een tennisser net zo sterk maken als de rechterarm? Het lijkt slechts een kwestie van tijd.
Hoewel sommige deskundigen ervan overtuigd zijn dat bepaalde vormen van gendoping niet traceerbaar zullen zijn, is het zeker dat de genetische revolutie in wetenschap en gezondheidszorg de betekenis en toepassing van doping in de sport fundamenteel zal veranderen. De moderne technologie stelt niet alleen de effectiviteit van de War on Doping ter discussie, ook de zin en rechtvaardigheid ervan. Grote vragen over menselijke integriteit en zelfbeschikking krijgen hierdoor een nieuwe actualiteit.
In Supergenen en turbosporters spreken (oud-)atleten als Ard Schenk, Jessica Gal, Carl Verheijen, Maarten Ducrot en Simon Vroemen, artsen, begeleiders, dopingjagers, dopingonderzoekers en een keur aan wetenschappers over deze nieuwe biologische wapenwedloop tussen topsporters en controleurs. Het boek biedt een oplossing voor het dilemma van een nog meedogenlozer dopingjacht tegenover een riskante vrijheid voor iedereen.
Voor de uitzending van het programma Gouden Genen van Labyrint van de VPRO (NED2) zie: http://www.wetenschap24.nl/labyrint