Een snijdende, dwingende nieuwe stem in de letteren
‘Elke keer als ik bid, die paar keer per jaar, eindig ik met: “Je begrijpt wel wat ik bedoel.”’
Met Thijs de Boer leert de Nederlandse literatuur een nieuwe stem kennen. Een stem die snijdt, maar waar je naar móét luisteren.
De tien verhalen in Vogels die vlees eten gaan over mensen die de zwaarte van het leven maar nauwelijks aankunnen: zoons en vaders, broers, geliefden en gekken. En hoe ze in hun onmacht vaak op nog slechtere plekken terechtkomen dan waar ze begonnen. In werelden die in eerste instantie veilig ver van de onze lijken te liggen maar die uiteindelijk toch meer dan herkenbaar zijn.
In een bondige, eerlijke en vaak rauwe stijl vertelt De Boer je de waarheid, hij laat je lachen en breekt vervolgens je hart. En uiteindelijk kun je als lezer niets anders doen dan de personages vergeven, omdat ze even zwak en sterk zijn als wij allemaal.
Juryrapport Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2011
'Vogels die vlees eten van Thijs de Boer is een bijzonder debuut. Verontrustend, dat is de beste karakteristiek voor deze stilistisch ongekend knap geschreven verhalenbundel. De sarcastische ondertoon fungeert als dam tegen de harde werkelijkheid en maakt de verhalen schijnbaar draaglijk. Bijzonder knap is dat de zwarte humor van De Boer de thematiek zowel verluchtigt als versterkt.
Als een volleerd kortverhalenschrijver geeft hij zijn lezers slechts enkele aanknopingspunten, hoewel hij er toch in slaagt hen met een minimum aan woorden zijn vertellingen binnen te trekken. Die verhalen zijn stil, beeldend en bijna tastbaar in hun psychische gruwel. Zonder grote woorden te gebruiken raakt De Boer aan de angsten en onzekerheden die het leven ons brengt.
De jonge mensen die emotioneel met zichzelf overhoop liggen en doelloos door het leven zwalken vormen de rode draad in deze indringende verhalenbundel, waarmee De Boer in een keer zijn naam gevestigd heeft.'
Juryrapport Selexyz Debuutprijs
'Een opmerkelijke en verontrustende verhalenbundel waarin mensen op hun meest duistere momenten door de schrijver worden getoond. Het zijn dagen of soms jaren, waarin zijn personages de dagelijkse werkelijkheid niet aankunnen. Ze geven de voorkeur aan de dood, of erger. Een doods leven, voorzien van een nep gouden randje door drank, pillen, medicatie of seks. Leugens die, aldus een van de hoofdpersonen, allemaal evenveel pijn doen. Thijs de Boer trekt de lezer met zijn treffende beginzinnen meteen zijn verhalen in. Hij heeft een ijzingwekkende eigen toon, scherp als papier, rauw als een lillende biefstuk, kaal als een berk in de winter.'