Discussietips bij Thomas Verbogt – Als de winter voorbij is

Het kunnen maar een paar seconden zijn die je leven uiteindelijk bepalen. Iemand aankijken of juist niet. Ineens gekust worden op een zomerse dag. Meer hoeft het niet te zijn. Zo vergaat het de hoofdpersoon van deze roman, die jaren leeft met de herinnering aan zo’n moment. Maar de herinnering alleen is niet genoeg. Het door lezers, boekhandelaren en pers bejubelde Als de winter voorbij is is de kroon op het werk van Thomas Verbogt en geeft stof tot nadenken én napraten.

Bespreek Als de winter voorbij van Thomas Verbogt aan de hand van de discussietips.



 

1. Thomas Verbogt schreef ooit: ‘Schrijven is ritme’. Zie je dat terug in Als de winter voorbij is? Hoe heb je tijdens het lezen de stijl van schrijven ervaren?

2. De titels van de hoofdstukken zou je kunnen zien als wegwijzers bij de zoektocht naar de essentie van het boek. In een recensie in de Volkskrant staat hier over: ‘...meer en meer werkt deze schrijver als een impressionist. Door vergelijkbare gebeurtenissen en herinneringen naast elkaar te zetten, door grote stappen in tijd te durven te nemen, is een rijk beeld ontstaan.’ Kun je een voorbeeld noemen van zulke naast elkaar staande herinneringen? En vind je dat dit werkt?

3. Wat doen de vier vrouwen Becky, Lin, Laura en Aimée in het verhaal? Wie herken je, wie spreekt je het meest aan?

4. Hoe zijn de foto’s op de schouw (p.10) verbonden met het boek?

5. Wat zou voor degene die de hoofdpersoon uiteindelijk is geworden de betekenis kunnen zijn van de verhalen uit de kindertijd? Kun je dit verbinden met het ‘niet aangeraakt willen worden’ van p.174?

6. Wat zou de oorzaak kunnen zijn van het voortdurend bezig zijn met schuld en schuldig zijn? Hoe ervaar je deze lijn die als een rode draad door het verhaal loopt? (p.58, p.59, p.82, p.174, p.184).

7. De hoofdpersoon is een man die worstelt met de vraag ‘hoe te leven’ en met ‘niet bij de mensen kunnen horen’. Herken je deze gevoelens bij jezelf of om je heen?
Hij probeert dat op te lossen door aan de werkelijkheid te ontvluchten middels verhalen.
Wat vind je van deze oplossing?

8. Wat zou de werkelijkheid kunnen zijn in het verhaal van Lin? En waar lijkt het een verhaal te worden? Wat brengt dit verhaal de hoofdpersoon? Wat voegt het toe aan zijn leven?

9. De zoektocht naar ‘meer waarheid dan werkelijkheid’ is voor de hoofdpersoon van groot belang. Je zou eruit kunnen concluderen dat het eigenlijk niet uit maakt wat werkelijk waar gebeurd is als het maar voor jezelf een integere waarheid is.
Herken je dit? Ben je het ermee eens? Hoe zie je in dit verband het lezen van romans?

10. Wat ontdekt de verteller over zichzelf tijdens de nacht met Laura? Zie je deze nacht als waarheid of als werkelijkheid?

11. Kan het ordenen van je ervaringen en je herinneringen inderdaad een middel zijn om tot inzicht te komen over de essentie van je leven?

12. Wat is voor jou de essentie van dit boek? Waar gaat het in jouw ogen over?



VOOR WIE DOOR WIL PRATEN
 
1. p.9 ‘Het leek wel alsof je schrok’

Wat zegt dat over iemand, schrikken van de eigen gedachten of uitspraken?

2. p.23 ‘Harde ernst en zachte ernst’
Het onderscheid is essentieel voor de hoofdpersoon. Herken je dit als een waarde?

3. p.36 ‘Momenten met de lengte van een droom’
Ken je dit soort momenten? Wat is het belang?

4. p.39 ‘Willen leven met wat er is’
Is dit iets wat gereserveerd is voor oudere mensen? Is het voor een mens een noodzakelijke fase? Een doel?

5. p.43 ‘Wat me overkomen was, opnieuw zou gebeuren....’
Herken je dit? Gebeuren de grote dingen, in een andere vorm, inderdaad steeds opnieuw?

6. p.44 ‘Ik weet niet hoe ik bij de mensen moet horen’
Herken je dit? Wat doet het je dat een schrijver woorden heeft gevonden voor deze gevoelens?

7. p.47 ‘Zeggen wat je belangrijk vindt’
Wat is belangrijk in het leven van de hoofdpersoon? Wat is belangrijk in een leven?

8. p.50 ‘Er kan altijd iets komen dat er nog niet was’
Kun je je daarbij iets voorstellen als levenshouding? Wat zou daar het gevolg van kunnen zijn?
(Zie ook p.96 ‘meemaken wat ik deed’ en p.128 ‘Dag meneer’)

9. p.66 ‘Flarden van mensen...de betekenis meenemen naar later’
Wat heeft de hoofdpersoon meegenomen? Heb je het wel eens gedaan, iets meenemen?

10. p.76. ‘Met goede vragen begint altijd alles’
Ben je het hiermee eens?

11. p.114 ‘Je kunt je niet overgeven’, p.122 ‘Omhels me en laat me dan weer los’ en p.174 ‘bang om aangeraakt te worden’
Herken je dit bij jezelf of bij anderen? Zou het anders moeten? Zou het anders kunnen bij iemand die zo in elkaar steekt?

12. p.159 ‘De ander is wie je bent....zou moeten zijn...anders kun je er niet mee omgaan...’
Bepaalt altijd de ander de aantrekkingskracht? Is het altijd wederzijds? Is het anders geen echte ander? Kun je leven zonder ‘een ander’?
Wat is het verband met een poosje met elkaar meelopen en dan weer los laten (p.192)?

13. p.173 ‘De veranda van het leven’
Hoe hangt dit samen met ‘de angst om aangeraakt te worden’ en met ‘het doen met wat er is’?
Ervaar jij het ouder worden als gaan zitten op de veranda van het leven?

14. p.178 ‘Als de vraag je leven is geworden, kom je niet meer aan leven toe’
Lin is in deze situatie terecht gekomen. Herken je het? Is er een uitweg?

15. blz.202 ‘Je wenst alleen genoegdoening als je zelf incompleet bent.’
Wat zegt dit over iemand? Ben je het ermee eens?
Wat is het verband met p.203 ‘wie je moet zien te zijn.’?